Belgische speurders

Belgische wortels: Poirot, Maigret en Steeman

Redactie Spanningsboek · 19 september 2026

Wie de geschiedenis van de misdaadroman in de Lage Landen volgt, komt al snel in België uit. Niet eens altijd bij Vlaamse schrijvers, maar bij een Engelse speurder met een Belgisch paspoort en bij twee Franstalige Belgen die het genre internationaal mee vorm gaven.

Een Belg bij Agatha Christie

De bekendste Belg uit de misdaadliteratuur heeft nooit bestaan. Agatha Christie liet Hercule Poirot in 1920 debuteren in The Mysterious Affair at Styles. Poirot is in dat boek een Belgische vluchteling die tijdens de Eerste Wereldoorlog in Engeland terechtkomt. Christie gaf hem een reeks eigenschappen mee die sindsdien onlosmakelijk met het personage verbonden zijn: de zorgvuldig verzorgde snor, de afkeer van wanorde en het geloof in de kleine grijze cellen.

Poirot werd een van de langstlopende speurders uit de literatuur. Christie schreef tientallen romans en verhalen met hem in de hoofdrol. Dat de meest gelezen detective van de twintigste eeuw als Belg door het leven gaat, verklaart deels waarom de belangrijkste Vlaamse prijs voor misdaadliteratuur naar hem vernoemd is: de Hercule Poirotprijs.

Georges Simenon en commissaris Maigret

Een echte Belg die de misdaadroman veranderde, is Georges Simenon. Hij werd in 1903 in Luik geboren en overleed in 1989 in Zwitserland. Simenon schreef in het Frans en was ongelooflijk productief. Zijn bekendste schepping is commissaris Jules Maigret van de Parijse recherche.

Wat de Maigret-romans bijzonder maakt, is de toon. Er wordt weinig gepuzzeld en weinig geredeneerd in salons. Maigret kijkt, luistert en probeert te begrijpen waarom iemand tot een daad kwam. De sfeer van een buurt, het weer en de sleur van een doorsneeleven zijn minstens zo belangrijk als het raadsel. Die aandacht voor de dader als mens is sindsdien een vaste lijn in de Europese misdaadroman.

Stanislas-André Steeman

Minder bekend bij het grote publiek, maar belangrijk voor het genre, is de Brusselaar Stanislas-André Steeman (1908 tot 1970). Hij schreef klassieke puzzelromans in de traditie van de gouden eeuw van de detective. Zijn roman L'assassin habite au 21 werd verfilmd. Steeman laat zien dat de Belgische bijdrage aan het genre breder is dan Simenon alleen.

Wat Vlaanderen ermee deed

Lang werd de misdaadroman in Vlaanderen gezien als lectuur, niet als literatuur. Spannende boeken werden gelezen, vaak in vertaling, maar weinig besproken. Dat veranderde in de tweede helft van de twintigste eeuw, toen Vlaamse schrijvers eigen speurders en eigen steden neerzetten. Het verhaal daarvan staat in het artikel over de Vlaamse misdaadroman.

Opvallend is dat de twee sporen uit het begin, het raadsel van Christie en de psychologie van Simenon, nog altijd terugkomen. De ene misdaadroman draait om de vraag wie het gedaan heeft, de andere om de vraag waarom. De meeste hedendaagse boeken combineren beide, met een plot die de lezer vasthoudt en personages die meer zijn dan stukken op een schaakbord.

Waarom die oude boeken nog werken

Poirot en Maigret worden nog steeds gelezen, verfilmd en opnieuw uitgegeven. Een deel van de verklaring is de helderheid van de opzet: een misdaad, een speurder, een oplossing. Een ander deel is de herkenbaarheid van de speurders zelf. Lezers keren terug voor het personage, niet alleen voor het raadsel. Dat principe ligt ook onder de grote Vlaamse en Nederlandse reeksen, waarin een vaste speurder boek na boek terugkeert.

Voor wie het genre wil verkennen, zijn een paar Maigret-romans en een klassieke Poirot een goede manier om te zien waar veel hedendaagse misdaadauteurs vandaan komen. De Maigret-boeken zijn doorgaans kort en lezen snel. Een Poirot vraagt meer aandacht voor details, omdat Christie de aanwijzingen eerlijk in de tekst verstopt.